Uit het Lab

De verschillende milieulaboratoria zijn momenteel druk bezig met het in kaart brengen van onvolkomenheden en het oplossen van knelpunten, bij laboratoriumonderzoek uitgevoerd volgens AS3000 en AP04. In het SIKB project 158 wordt hierover met diverse betrokkenen een inhoudelijk discussie gevoerd en worden voorstellen gedaan voor verbetering.

Een onderwerp waar de advieswereld, maar ook de ministeries VROM en V&W, in de praktijk tegenaan lopen is de (verhoogde) rapportagegrens voor het accreditatieschema AS3000 waterbodemonderzoek. De door laboratoria gehanteerde rapportagegrenzen voor dergelijk onderzoek leveren problemen op bij de toetsing. Opdrachtgevers van laboratoria geven aan dat lagere rapportagegrenzen noodzakelijk zijn en dat het melden van een "verhoogde rapportagegrens" een uitzondering zou moeten zijn die met redenen omkleed moet worden. De laboratoria geven gehoor aan dit verzoek en zijn hard aan de slag gegaan.

Laboratoria zijn eraan gehouden om te werken volgens vaste procedures waarvan de uitvoering is vastgelegd in gedetailleerde werkvoorschriften en de kwaliteit wordt geborgd door een volgens NEN-ISO-ISO 170125 geaccrediteerd kwaliteitssysteem. De basis van het laboratoriumonderzoek ligt vast in (inter)nationale normen en accreditatieschema's zoals AS3000 en het accreditatieprogramma AP04. De Raad voor Accreditatie is de handhavende instantie en controleert in haar jaarlijkse bezoek of de laboratoria zich strikt aan de regels hebben gehouden.

Een aanpassing (verlaging) van rapportagegrenzen is vanwege dit strakke keurslijf voor een laboratorium beslist geen kleinigheid. Het kan betekenen dat een validatieonderzoek voor een bepaalde component geheel opnieuw moet worden uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek kan per component of groep van stoffen gemakkelijk enkele weken in beslag nemen. Soms is het zelfs noodzakelijk om naar een andere meettechniek over te gaan om de gewenste lage concentratie voor een component goed en betrouwbaar te kunnen meten.
Omdat daarnaast moet worden voorkomen dat laboratoria als gevolg van die lagere rapportagegrenzen nog vaker een "verhoogde rapportagegrens" aangeven, moet bijkomend onderzoek naar een goede clean-up procedure worden uitgevoerd.

Diverse laboratoria hebben inmiddels aan de vraag beantwoord door aan te tonen dat het mogelijk is om, binnen de kaders van AS3000 waterbodem, een lagere grens voor o.a. PAK, PCB en OCB te rapporteren. In enkele gevallen is hiervoor een aanpassing van de analysemethode noodzakelijk geweest. VROM en V&W geven nu al aan dat de methode met lage grenzen de voorgeschreven methode wordt voor regulier waterbodemonderzoek. Omdat de lagere rapportagegrenzen voor de opdrachtgever mogelijk niet in alle gevallen noodzakelijk zijn, worden in de komende versie van AS3000 waterbodem beide grenzen (huidige grenzen en verlaagde grenzen) opgenomen. De opdrachtgever dient bij opdrachtverlening aan het laboratorium vooraf zelf aan te geven welke rapportagegrens er gewenst is. Vraag uw laboratorium nu al naar de mogelijkheden en besef dat de aanvraag consequenties kan hebben voor een goed advies aan uw opdrachtgever.

De begeleidingscommissie van SIKB project 158 brengt binnenkort haar stukken in roulatie voor een commentaarronde. Omdat ondertussen de regelgeving niet stil heeft gelegen en er al weer nieuwe uitdagingen zijn aangedragen, zal het proces van aanpassingen van de verschillende accreditatieprogramma's door laboratoria voorlopig nog niet zijn afgerond. Wij houden u op de hoogte.