Uit het lab (door Omegam Laboratoria)

Milieuonderzoek bestaat uit een serie opeenvolgende verrichtingen. Gaat ergens in de keten iets fout, dan is de rest zinloos. Als een monster op een verkeerde plek of manier is genomen, foutief geconserveerd, verpakt of vervoerd, of als dit alles te lang heeft geduurd, kan niemand meer een goed meetresultaat leveren. 

Een monster is gedurende het traject van onderzoek achtereenvolgens in handen van de monsternemer, soms de directe opdrachtgever, de koerier en het lab. Allemaal belangrijke schakels die enige tijd verantwoordelijk zijn voor het monster en daarna het stokje overdragen. In dit artikel beschrijven we de kritische stappen in dat traject en geven we aan hoe het laboratorium haar verantwoordelijkheid invult.

Verpakking
Voor het produceren van een betrouwbaar analyseresultaat heeft het laboratorium een monster nodig dat geschikt is voor het onderzoek. De juiste potten, flessen, steekbussen of emmers zorgen dat een monster niet verdampt, afbreekt of vervuild raakt. Vaak is conserveermiddel aan de verpakking toegevoegd. Omdat verschillende analyses om verschillende conserveermiddelen vragen, zijn voor een monster van één locatie vaak meerdere verpakkingen nodig. Laboratoria leveren geschikt verpakkingsmateriaal aan opdrachtgevers. Levert een opdrachtgever een monster onjuist verpakt aan, dan plaatst het laboratorium een disclaimer op het analysecertificaat. Die kan bijvoorbeeld als volgt luiden: ‘Er is een afwijking van het SIKB-protocol 3001 (conserveringsmethoden en conserveringstermijnen van milieumonsters) geconstateerd die de betrouwbaarheid van de gemarkeerde resultaten in dit analyserapport mogelijk heeft beïnvloed.’

Transport
In het ideale geval analyseert een laboratorium een monster direct nadat het genomen is. Omdat laboratoria echter zelden op de plek van monsterneming staan, is transport nodig. In het milieuonderzoek geldt daarbij dat monsters binnen 24 uur na bemonstering in het laboratorium moeten zijn. De monsters moeten elk een unieke codering hebben en onder geconditioneerde condities (bijvoorbeeld gekoeld) vervoerd en opgeslagen worden.

Overdracht
Zodra een opdrachtgever een monster aan een laboratorium overdraagt, is het laboratorium ervoor verantwoordelijk. Daarom gaan monsters vergezeld van een overdrachtformulier waarop relevante gegevens zijn vastgelegd. Het laboratorium wil ook direct weten welke analyses het op de monsters moet uitvoeren. Voor elke analyse staat namelijk een termijn waarbinnen die gestart moet worden. Zo moet pH bijvoorbeeld uiterlijk zes uur na monsterneming gemeten worden, nitriet binnen 24 uur en cyanide binnen zeven dagen (geconserveerd met loog). Voor sommige analyses is er de mogelijkheid om het monster binnen die termijn 'zeker te stellen'. Dat wil zeggen dat het een behandeling – bijvoorbeeld opwerking - ondergaat waardoor het langer houdbaar wordt en de analyse later kan gebeuren. Voor analyses met korte bewaartermijnen (bijvoorbeeld bacteriologische metingen) is het laboratorium verplicht het moment van monsterneming en inzetten van de analyse op het analysecertificaat te vermelden. Startmoment of zekerstelmoment zijn afhankelijk van de analyse en staan los van de rapportagetermijn - de termijn waarbinnen de opdrachtgever zijn resultaten wenst te hebben.

Controle
Laboratoria controleren het verpakkingsmateriaal in een validatie onderzoek voordat ze het uitgeven. Het uitgangspunt - verwoord in onder meer alle documenten van de accreditatieprogramma's AS3000 - was dat laboratoria monsters aangeboden in geschikt bevonden eigen verpakkingen niet nog eens aan een ingangscontrole hoeven te onderwerpen. De Raad voor Accreditatie (RvA) heeft recent de eisen aangescherpt. De RvA stelt dat laboratoria het verpakkingsmateriaal tijdelijk (tijdens monsterneming) niet in eigen beheer hebben en daarom niet kunnen garanderen dat het nog steeds geschikt is voor het beoogde doel. Zo kan het conserveermiddel zijn verwijderd of het verpakkingsmateriaal vervuild.

Het juiste verpakkingsmateriaal en correct gebruik ervan is op zich een verantwoordelijkheid van de monsternemer. Laboratoria kunnen wel een rol spelen bij controle en zullen daarom voortaan een extra ingangscontrole uitvoeren op monsters aangeboden in eigen verpakkingsmateriaal. Komt er een afwijking aan het licht, dan plaatst het lab een disclaimer op het analysecertificaat. Over die disclaimers gaan we het de volgende keer hebben.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Milieuonderzoek bestaat uit een keten waarin verschillende partijen verantwoordelijkheid aan elkaar overdragen. Ook voor milieuonderzoek geldt het spreekwoord van de zwakste schakel. Door de verantwoordelijkheid gezamenlijk te dragen, verkleinen we de kans op fouten nog verder en maken we de keten sterker.