Gezamenlijk inkopen en opleiden grondwaterbemonstering conform NEN 5744

Per 1 april 2012 zal de nieuwe NEN 5744 definitief van toepassing worden. Op dit moment kan vanuit een overgangsregeling nog van de huidige norm gebruik gemaakt worden. Nieuw in de norm is het gegeven dat eenmalig per bemonstering de troebelheid gemeten dient te worden. Deze aanpassing vraagt een extra investering van het adviesbureau. Immers, behalve de huidige meting van pH en Ec moet ook troebelheid in het veld kunnen worden gemeten. De VVMA zal medio januari een aantal bijeenkomsten over de nieuwe NEN 5744 organiseren. Het voornemen is om deze bijeenkomsten mede vanuit de leveranciers van monsterneming apparatuur te organiseren, waarbij de VVMA leden een inkoopvoordeel verkrijgen als zij gezamenlijk inkopen. Meer informatie volgt binnenkort via de mail/website. Wacht derhalve nog even met investeren in nieuwe analyse/bemonsteringsapparatuur! 

Hoe zit het nu ook al weer met de veranderde NEN 5744? Sinds de publicatie in maart 2011 van de nieuwe NEN 5744 is er veel onduidelijkheid voor het nemen van grondwatermonsters bij milieuhygiënisch bodemonderzoek. Voor diverse uitvoeringsaspecten bij het nemen van grondwatermonsters verwijst protocol 2002 naar de NEN 5744 en 5745. Daarmee zijn die normen ook van toepassing op het nemen van grondwatermonsters. Moet er dan nu al met deze normen worden gewerkt? Het antwoord is nee. De BRL SIKB 2000 geeft bedrijven (in paragraaf 1.4) een overgangstermijn van een jaar bij het uitkomen van een nieuwe versie van een NEN. Daarnaast hebben SIKB en NEN samen expliciet afgesproken dat deze termijn van een jaar ook van toepassing is op NEN 5744. Het komt er dus op neer dat de bedrijven, in elk geval tot 1 april 2012, zowel de oude als de nieuwe norm mogen toepassen.

Zoals al in onze nieuwsbrief van maart 2011 is aangegeven komt de belangrijkste wijziging er in essentie op neer dat het verversen van water (voorpompen) normaliter nog slechts plaatsvindt in het filterdeel van de peilbuis en niet meer in het blinde deel. Daartoe wordt de aanzuigslang of pomp direct halverwege het filterdeel gepositioneerd. Door aldaar sterk vertraagd te pompen en tevens de waterniveaudaling in de peilbuis sterk te beperken, wordt alleen water uit het filterdeel aangezogen en blijft het water in het blinde deel hoegenaamd onaangeroerd.

Door de kracht waarmee water naar het filter toe beweegt te beperken, wordt de mobilisatie van gronddeeltjes uit de bodem rond het peilbuisfilter voorkomen (of ten minste sterk verminderd). Daardoor neemt de troebelheid van het opgepompte water flink af en dat is het doel.