Wijziging methode grondwaterbemonstering (door: Geert Peters, Envita)

Binnenkort, naar verwachting nog in maart, verschijnt van NEN een nieuwe norm voor grondwaterbemonstering namelijk NEN 5744. Deze norm vervangt de bestaande normen NEN 5744 (1991) en NEN 5745 (1997). NEN 5744 betrof monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig-vluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische eigenschappen. NEN 5745 betrof monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van vluchtige verbindingen. De normsubcommissie Veldwerk Bodemonderzoek heeft geoordeeld dat het duidelijker was om deze normen te combineren tot één norm. De nieuwe norm is het resultaat van de samenvoeging én grondige herziening van de oorspronkelijke normen.

In essentie komt de belangrijkste wijziging er op neer dat het verversen van water (voorpompen) normaliter nog slechts plaatsvindt in het filterdeel van de peilbuis en niet meer in het blinde deel. Daartoe wordt de aanzuigslang of pomp direct halverwege het filterdeel gepositioneerd. Door aldaar sterk vertraagd te pompen en tevens de waterniveaudaling in de peilbuis sterk te beperken, wordt alleen water uit het filterdeel aangezogen en blijft het water in het blinde deel hoegenaamd onaangeroerd.

Door de kracht waarmee water naar het filter toe beweegt te beperken, wordt de mobilisatie van gronddeeltjes uit de bodem rond het peilbuisfilter voorkomen (of ten minste sterk verminderd). Daardoor neemt de troebelheid van het opgepompte water flink af en dat is het doel.

Het bemonsteren kan vervolgens worden gestart op het moment dat het opgeloste zuurstofgehalte en het elektrisch geleidend vermogen, te meten in een doorstroomcel, stabiel zijn geworden.

Belangrijk is de toename in monsterkwaliteit door de afname van de troebelheid van het monster. Al vele jaren zijn publicaties bekend die duidelijk maken dat het nemen van monsters in troebel monsterwater leidt tot slechte monsters. Met deze nieuwe lage-troebelheid-bemonstering meent de commissie zowel de kwaliteit als effectiviteit van de monsterneming te verhogen.

Daarnaast zal het ook de reproduceerbaarheid van grondwaterbemonsteringen naar het niveau tillen dat nodig is om de forse kosten in bodemonderzoek en bodemsanering te kunnen verantwoorden en rechtvaardigen.

Op dit moment is nog niet duidelijk hoe en wanneer de nieuwe bemonsteringsmethode zal worden verwerkt in SIKB protocol 2002 voor grondwaterbemonstering. Zodra dit bekend is wordt u hier uiteraard over geïnformeerd.

De nieuwe wijze van grondwaterbemonstering zal leiden tot nieuwe investeringen in met name meetapparatuur en opleidingen. De technische commissie van de VVMA zal de ontwikkelingen blijven volgen en overweegt om voorafgaand aan het in werking treden van deze norm de mogelijkheden voor het gezamenlijk inkopen van deze apparatuur en opleidingen nader te onderzoeken.