Uitspraak Raad van State inzake asbest in puin

In een extra VVMA Update informeerden wij u al eerder over de uitspraak van de Raad van State (RvS) die op 16 november jl. is gedaan. Het betreft hier een zaak tussen ILenT en Novaflow. De inzet was (in essentie) of een locatie met puin per definitie als asbestverdacht moet worden beschouwd.

De RvS heeft dit bevestigd. Na het persbericht van ILenT is ons bestuur door vele leden over de gevolgen van deze uitspraak benaderd. De consequenties van deze uitspraak zijn ook in het CCvD van het SIKB besproken. De algemene strekking tijdens deze bespreking was het feit dat er veel gevallen te bedenken zijn waarbij het aantoonbaar is dat puin in de bodem niet tot een verontreiniging met asbest kan leiden.

Vanuit het CCvD is benadrukt dat de uitspraak van de RvS een casus betrof van voor het in werking treden van de nieuwe NEN 5707 en in het bijzonder bijlage E, paragraaf 2.6.

Vooralsnog adviseren wij om de uitspraak van de RvS vooral letterlijk te nemen. Het gemotiveerd afwijken of het uitsluiten van een volledig onderzoek conform NEN-5707, op basis van een zelf geformuleerd vooronderzoek (eigen bewijsmiddel) zal altijd tot discussie met ILenT en eventueel tot afkeuren van het onderzoek leiden. De praktijk wijst uit dat de vaak goede bedoelingen richting de opdrachtgever, vanuit de complexiteit van de materie regelmatig leiden tot een standpunt dat zich tegen de adviseur of het adviesbureau keert.

Wij verwachten dat er op korte termijn meer duidelijkheid over de interpretatie van deze uitspraak zal komen. Hierbij is de verwachting dat deze interpretatie zich met name zal richten op de voorschriften in de nieuwe NEN 5707. Protocol SIKB 2018 verwijst al naar dit document en het is te verwachten dat ILenT haar toezicht op de actuele protocollen zal afstemmen. Op het moment dat dit het geval is, kan door het adviesbureau worden gekozen voor een vooronderzoek op basis van bijlage E, paragraaf 2.6 vanuit de NEN 5707. Dit lijkt een logischer wijze dan een verwijzing naar de NEN 5717/5725, aangezien deze normen nog niet zijn gepubliceerd en naar verwachting niet voor 1 januari 2018 in de Regeling bodemkwaliteit worden verankerd.

Los van de meerkosten die deze uitspraak ongetwijfeld voor onze opdrachtgevers zal hebben, zien wij als bestuur van de VVMA één voordeel; de uitspraak geeft ruimte voor het adviseren van onze  opdrachtgevers en het leveren van zorgvuldige en onderbouwde adviezen. Met andere woorden: het geeft ruimte om te doen waar wij als adviesbureaus goed in zijn. In dit kader is er in ieder geval duidelijkheid gekomen.