VVMA dient drie bodemsignalen in

De uitspraak van de Raad van State (RvS) van 16 november 2016 inzake het onderzoeken van asbest bij puin in de bodem, was voor de VVMA aanleiding tot het indienen van drie bodemsignalen bij IL&T.

Uit een enquête onder de VVMA leden is gebleken dat in 50% van de gevallen, opdrachtgevers het adviesbureau verzoeken om onderzoek naar asbest in puinhoudende bodem achterwege te laten. In 50% van de situaties blijkt de opdrachtgever een overheidsinstantie te zijn.

De uitslag van de enquête was voor de VVMA aanleiding voor een bodemsignaal richting IL&T. De enquête resultaten duiden immers op sterk verdeelde meningen over de omgang met puinbijmenging in de bodem. Op het moment dat opdrachtgevers bureaus vragen om aanvullend onderzoek naar asbest achterwege te laten, vragen zij bureaus letterlijk om de wet te overtreden, met alle gevolgen van dien.

Dat bureaus verschillend met deze materie om gaan werd duidelijk toen één van onze leden ons wees op een rapportage van een in-situ partijkeuring ter plaatse van een voormalig glastuinbouwbedrijf. Ondanks geringe puin bijmengingen en de historie als glastuinbouwbedrijf is door het bureau gekozen om asbestonderzoek achterwege te laten en de partijgrootte op te schalen naar bijna 6.000 ton.

De partijkeuring is vervolgens in deelpartijen aan diverse grondacceptanten aangeboden, waarbij deze in twee gevallen werd geaccepteerd. In een derde geval werd de partij afgekeurd en werd een VVMA lid vanuit de opdrachtgever van het onderzoek om een toelichting gevraagd.

Vanuit het door de VVMA voorgestelde beleid van strikte naleving van de uitspraak van de Raad van State, was de partijkeuring aanleiding tot een tweede bodemsignaal. Immers, vanuit het door het bestuur richting de leden gecommuniceerde beleid zou moeten worden opgeschaald naar deelpartijen van circa 2.000 ton en diende gezien de historie en de puinbijmenging aanvullend onderzoek naar asbest in grond plaats te vinden.

Een derde bodemsignaal volgde als gevolg van een nog extremer voorbeeld. Van één van onze leden ontvingen wij een mailwisseling tussen een adviesbureau en een omgevingsdienst, waarin de omgevingsdienst letterlijk adviseerde om de uitspraak van de Raad van State te negeren. Reden hiervoor was een overleg tussen enkele omgevingsdiensten en IL&T inzake de omgang met puinbijmenging en onderzoek naar asbest in grond. Vooruitlopend op de resultaten van dit overleg vond men het niet meer noodzakelijk om bij puinbijmenging ook asbest in de grond te onderzoeken.

Gezien de bovengenoemde situaties is het duidelijk dat de toch heldere boodschap van de Raad van State en IL&T niet altijd door alle partijen eenduidig wordt nageleefd.

Als VVMA bestuur adviseren wij nog steeds om de uitspraak van de RvS vooral letterlijk te nemen. Het gemotiveerd afwijken of het uitsluiten van een volledig onderzoek conform NEN-5707, op basis van een zelf geformuleerd vooronderzoek (eigen bewijsmiddel), zal altijd tot discussie met IL&T en eventueel tot het afkeuren van het onderzoek leiden. De praktijk wijst uit dat de vaak goede bedoelingen richting de opdrachtgever, vanuit de complexiteit van de materie, regelmatig leiden tot een standpunt dat zich tegen de adviseur of het adviesbureau keert.

Wij zullen deze kwestie blijven volgen en bij IL&T blijven informeren over de voortgang omtrent deze bodemsignalen.